Carriere
Mertens kreeg zijn opleiding bij RSC Anderlecht, maar wegens te klein en te tenger oogde de toekomst er onzeker, dus zocht de technisch onderlegde Leuvenaar in 2005 zijn heil bij AA Gent. Ook daar bleek het gebrek aan fysieke kracht een struikelblok. Na een korte uitleenbeurt bij toenmalig derdeklasser Eendracht Aalst, week Mertens op negentienjarige leeftijd uit naar AGOVV Apeldoorn, een Nederlandse tweedeklasser. Daar in Nederland zou zijn manier van voetballen wel aanslaan, werd hem door heel wat kenners voorgehouden. En zo geschiedde. In drie seizoenen speelde Mertens er meer dan honderd wedstrijden, werd hij aangeduid als aanvoerder van de ploeg en als kers op de taart verkozen tot ''Talent van het jaar'' in de Jupiler League. Zijn naam circuleerde die zomer bij zowat alle Nederlandse topclubs, uiteindelijk werd het FC Utrecht, waar Mertens meteen zijn stempel drukte als nummer elf.
Tijdens zijn eerste seizoen voor FC Utrecht was hij gelijk een van de sensaties van de eredivisie. FC Utrecht haalde na 4 jaar eindelijk weer Europees voetbal. Dries Mertens zelf werd aan het eind van het seizoen beloond met 2 persoonlijke prijzen. De David di Tommaso-trofee, voor FC Utrechts' beste speler van het seizoen en hij eindigde op de 2e plek in de verkiezing Nederlands voetballer van het jaar, net achter Luis Suarez van Ajax. Hiervoor ontving hij de Zilveren Schoen.
Op 1 Oktober 2010 werd Dries Mertens voor het eerst opgeroepen voor 'de rode duivels', de nationale ploeg van België.
Op 28 juni 2011 maakte Mertens de overstap naar PSV. Ook Kevin Strootman deed dit. De transfersom voor de twee spelers samen werd geschat op ongeveer dertien miljoen euro. Mertens debuteerde op 5 juli 2011 in het shirt van PSV. Hij viel in de tweede helft in tijdens een oefenwedstrijd uit bij RKSV Halsteren, die PSV met 0-10 won. Mertens scoorde zelf de 0-8 en 0-9.
Zijn officiële debuut voor PSV maakte hij in een verloren wedstrijd in de eerste ronde van de competitie, uit bij AZ (3-1). Het doelpunt kwam weer van Dries Mertens.

